- 0

Titel:

2nd Romanian Rhapsody, Opus 11, No. 2.

Componist: George Enescu
Arrangeur: R. Mark Rogers (Transcr.)
Graad: 4
Duur: 12:00
Uitgeverij: Tierolff
Categorie: Arrangementen/Transcripties van Klassieke Muziek
Bladmuziek voor alleen harmonie.
De twee Roemeense rhapsodies, Opus 11, zijn Enescu’s meest bekende werken. Ze werden gecomponeerd in 1901 en voor het eerste gezamenlijk uitgevoerd in 1903. De twee rapsodies, en vooral de eerste, waren lange tijd een vast onderdeel bij uitvoeringen van elk belangrijk orkest. Ze bevatten elementen van de lăutărească muziek, levendige Roemeense ritmes en zitten vol spontaniteit. De muziekstukken vertonen een exotisch modale kleuring met een aantal toonsoorten die gebruik maken van zwevende tertsen, sexten en septiemen waardoor een wisselende majeur/mineur atmosfeer wordt gecreëerd, een van de karakteristieken van Roemeense folkmuziek. De twee rhapsodies werden gecomponeerd in Parijs, en gingen samen in première in het Roemeens Atheneum in Boekarest op 8 maart 1903 (volgens de Gregoriaanse kalender), waarbij de componist de werken zelf dirigeerde. De tweede rapsodie werd als eerste uitgevoerd en Enescu behield deze volgorde voor de rest van zijn leven.
De tweede rapsodie is wat meer ingetogen in vergelijking tot de eerste. Kenmerkend voor de tweede rapsodie is het lied, en niet de dans. Het is gebaseerd op de 19e -eeuwse ballade “Pe o stîncă neagră, într-un vechi castel” (“op een donkere rots in een oud kasteel”), welke Enescu mogelijk geleerd heeft van volkmuziek specialist Chioru, maar dat is niet bewezen. Na een ontwikkeling van het thema middels een kanon, wordt een dans, “Sîrba lui Pompieru” (Sîrba van een brandweerman) toegevoegd, gevolgd door de tweede helft van een volkslied, “Văleu, lupu mă mănîncă” (Help, ik word door een wolf verslonden!) in de vorm van een kanon. Tegen het eind is een kort en sneller gedeelte, verwijzend naar de landelijke lăutari, maar het stuk eindigt zoals het begon: zeer rustig. De enorme populariteit van de twee Rapsodies keerden zich in een later stadium min of meer tegen de componist Enescu, omdat zijn bekendheid min of meer tot deze twee composities beperkt bleef. Enescu heeft beiden rapsodies drie keer zelf gedirigeerd bij opnames, maar wees daarna elke opname mogelijkheid categorisch af met de woorden “un [sic] grosse affaire commercial”. De beiden rapsodies zijn daarna toch nog door tientallen dirigenten en orkesten opgenomen en op plaat of CD uitgebracht.
Bron: Wikipedia
Transcriptie voor Harmonieorkest:
De 2e Roemeense Rapsodie van George Enescu voor harmonieorkest is een complete transcriptie van het origineel waarbij geen concessies zijn gedaan om het stuk te vereenvoudigen of in te korten. Zoals bij zovelen composities die van symfonie orkest zijn herschreven naar harmonie orkest is de toonsoort van het origineel wel gewijzigd van D-majeur (groot) voor symfonieorkest naar C-majeur voor harmonie orkest. Het wijzigen van de toonsoort gebeurt zeer vaak en worden zelfs vaak al door de componist voorgesteld, zoals bijvoorbeeld het geval was bij Gustav Holst’s Hammersmith of bij alle werken van Percy Grainger voor blazers. De kleurrijke instrumentatie van Enescu is in deze transcriptie behouden, waarbij wel rekening gehouden dient te worden met een zo breed mogelijke bezetting van alle stemmen. Vooral de althobo (English Horn) is van groot belang, en een harp is zeer wenselijk!
De partituur voor symfonie orkest van deze 2e Roemeense Rapsodie laat een eigenaardige notering zien: langzame muziek wordt met korte (snelle) noten genoteerd. Dit kan al geconstateerd worden ten tijde van de barok muziek. Bekende voorbeelden zijn de langzame delen van de Bach cantates die met achtste noten zijn genoteerd. Dit is ook het geval met deze 2e Roemeense Rapsodie: geschreven met een metronoom indicatie van een kwart noot = 40, terwijl muzikanten uit het symfonieorkest hier aan gewend zijn kan deze ouderwetse manier van noteren bij amateurmuzikanten tot problemen leiden. Om deze 2e Roemeense Rapsodie van Enescu wat vereenvoudigt te noteren is tot maat 194 (tot de snelle passage) de waarde verdubbeld en in een 2/2e maatsoort geschreven, dus één maat in de originele partituur die in 4/4 staat, is opgedeeld in twee 2/2 maten. Dit maakt de muziek beslist niet eenvoudiger, het blijft zeer uitdagend, maar de barrière van een notatie waarmee muzikanten nauwelijks bekend zijn wordt op deze manier vermeden. Dit soort methodes worden ook veelvuldig bij het herschrijven van oude teksten uit de 18e en 19e eeuw toegepast: een verouderd alfabet en ouderwetse spelling, wijzigen in een makkelijk te lezen moderne editie (met het moderne alfabet en moderne spelling). De tekst is niet significant gewijzigd, maar de barrière om iets in ouderwetse schrijfstijl te lezen is in ieder geval weggenomen.

Beschikbaarheid: Op voorraad

Prijs vanaf: € 166,95
'0'
 
Audio sample


 
Audio sample 2


 
Audio sample 3


 
Audio sample 4





      Buy full recording on:

Video

Product Videos